Milton FriedmanIn 1976 won Milton Friedman de Nobelprijs voor Economie. Friedman predikte een totaal andere leer: deze econoom was een voorvechter van vrijemarktkapitalisme en een beperkte overheid. Friedman zag wel een belangrijke taak voor de centrale bank. Deze bank moest de groei van de geldhoeveelheid in de hand houden. Jaarlijks mocht deze slechts beperkt groeien. Met de komst van het liberalisme in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië groeide de wanverhouding tussen arm en rijk. De rijken werden steeds rijker en de armen steeds armer. Het graaien begon: de bonuscultuur kwam tot leven. Het zelfreinigende vermogen van de financiële markten bleek beperkt. Overheden grepen tijdens de kredietcrisis in 2008 in om een totale ineenstorting van de wereldeconomie te voorkomen. Friedman hield te weinig rekening met het egoïsme in de mens. Milton Friedman overleed in november 2006 op 94-jarige leeftijd na een hartaanval. Hij maakte de 'grande finale' van het liberalisme niet meer mee. Als de regeringen van de belangrijkste industrielanden niet hadden ingegrepen zou Friedman uiteraard gelijk hebben gekregen en zou de wereldmarkt zichzelf hebben hersteld. Er zou een crisis zijn ontstaan, die de vergelijking met de jaren dertig ruimschoots zou hebben doorstaan. Het betalingsverkeer zou tot stilstand zijn gekomen en we zouden in de Westerse wereld zijn overgegaan tot prehistorische ruilhandel. Het ingrijpen door de overheden tijdens de kredietcrisis stond haaks op de ideeën waarvoor Milton Friedman in 1976 met de Nobelprijs voor Economie werd onderscheiden. De overheid zou zo min mogelijk moeten ingrijpen. Friedman erkende wel dat de markten niet perfect zijn, maar meende dat vrije imperfecte markten betere resultaten leverden dan het handelen van bureaucraten. 'Only money matters', alleen geld doet ertoe, vormde de basis van zijn denken. Friedman werd in januari 1912 geboren in New York. Zijn ouders waren joods-Hongaarse emigranten. Hij studeerde in 1933 af als econoom aan de Universiteit van Chicago. In 1946 werd hij benoemd als hoogleraar aan deze universiteit. Milton Friedman propageerde vanaf het begin van de jaren zestig het vrijemarktdenken. 'Capitalism and freedom' (1962) maakte, mede door de tijdgeest in de jaren zestig en zeventig, weinig indruk. In de tweede helft van de jaren zeventig kwam een kentering. Friedman begon naam te maken als theoreticus van het monetarisme, waarmee hij een antwoord formuleerde op de theorieën van John Maynard Keynes. Keynes legde de nadruk op bestedingen. Friedman zag geldschepping als de belangrijkste economische factor. Keynes zag een belangrijke rol voor de overheid. Friedman niet. Verstandig economisch beleid bestaat, mijns inziens, uit een mix van Keynes en Friedman. Er moet veel geld worden verdiend, zodat de overheid in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld om de armen en zieken te beschermen en de overheid moet de grens van het economische speelveld bepalen, zodat egoïsme wordt beteugeld en zowel de industrie als de consument voldoende aandacht schenken aan milieuaspecten. L.A. Dumonde, februari 2010
Lees verder: meer informatie Overzicht columns L.A. Dumonde Economie Econoom Jan Pen John Kenneth Galbraith Zware depressie Vervoer als indicator |
Digitale Boeken
Geschiedenis
|
|
© 1998 - 2010 AbsoluteFacts.nl is een uitgave van AbsoluteFigures.nl
|


Ruud van Capelleveen laat met Koning Eenoog zien dat geschiedenis niet saai is en zeker niet dor beschreven hoeft te worden. De foto’s zijn paginabreed en illustreren de artikelen op treffende wijze.